Dit jaar gaan we weer naar Zweden, net als vorig jaar. We nemen dit keer de boot, blijven een paar nachten bij Dick en Petra en trekken dan verder naar het noorden, naar het uiterste noorden van Dalarna en het zuidenwesten van Jämtland vlak bij de Noorse grens.

Klik hier om een foto overzicht te bekijken.


De reis en het survivalavontuur

Op dinsdag 25 juli stappen we in de auto op weg naar Kiel. De reis gaat voorspoedig, we hebben weinig last van files en we komen rond 16:00 uur aan bij de haven. Mooi op tijd. Of eigenlijk, veel te vroeg, want het blijkt dat we voor morgen hebben gereserveerd. Een snelle check leert dat alle andere data wel kloppen. Gelukkig maar. We gaan op zoek naar een hotel in Kiel en dat is niet eenvoudig. Als we eten in een Grieks restaurant helpen de bediening en andere klanten ons. Uiteindelijk vinden we onderdak in GHotel. Een prima kamer en achteraf komt het wel goed uit dat we niet meteen de boot op gaan, want Daniel heeft koorts en voelt zich ellendig.

De volgende dag gaan we gezellig op zoek naar een arts. Die constateert dat Daniel “slechts” een stevige griep heeft en geeft hem pijnstillers. Niet lekker maar het helpt wel want ’s middag gaat het al beter. We lopen wat rond in het centrum van Kiel, en zorgen dat we om 15:00 uur weer bij de boot zijn. We kunnen bijna direct doorrijden aan boord. We zoeken onze hut, een hele opgave op zo’n groot schip, en genieten van het zonnetje op het dek. Daarna eten we in het restaurant en staan we weer op tijd aan dek voor de afvaart om 18:45 uur. Dag Kiel, dag Duitsland, op naar Zweden.

Rond 9:00 uur op 27 juli meren we af in Göteborg. Daarvoor hebben we al ontbeten en gekeken hoe de boot de haven in vaart en aanmeert. Dan naar de auto en van boord. Dat duurt een tijdje maar rond 10:00 uur rijden we dan eindelijk. We volgen de E45 naar het noorden, en stoppen onderweg kort om wat boodschappen te doen. Net voorbij Mellerud verlaten we de E45 en gaan we richting Håverud. Hier lunchen we, maar belangrijker, hier bekijken we het aquaduct van Håverud, een ingewikkeld complex van sluizen en bruggen en onderdeel van het Dalslands Kanaal. Daarna rijden we verder en aan het einde van de middag komen we aan bij onze slaapplaats The Greenhouse. We pakken uit, doen snel een boodschapje, eten en dan lekker slapen.

De volgende morgen doen we rustig aan en pakken we onze spullen voor het avontuur van de komende twee dagen. Rond 11:00 uur rijden we naar het strandje van Lidsbron waar Ward ons al staat op te wachten bij het vlot. We stappen op met onze bagage en varen naar het zuiden. Onderweg meren we aan bij een eilandje, eten we onze lunch en zwemmen we zelfs even in het meer. Maar hoewel de zon lekker schijnt, is het best fris dat zwemmen. Rond 15:30 uur staat Dick ons op te wachten aan de uiterste zuidpunt van Grässjön. Met Dick (en Petra) van Lupusbase hebben we vorig jaar ook twee dagen door het bos getrokken en dat is erg goed bevallen, dus doen we dat nog eens dunnetjes over. Met volle bepakking lopen we vervolgens een uur lang het bos in. Onderweg komen we Petra tegen die met een andere groep op pad is. We stoppen op een min of meer open plek met mooi uitzicht op het dal waar een shelter staat. In die shelter slapen Mandy en ik vanavond. We moeten nog een flinke lading takken zoeken voor het “matras” maar verder is’ie klaar. De jongens gaan samen met Dick een eigen shelter bouwen. Bomen zoeken en omhakken, takken zoeken voor de buitenkant en het matras. Een heel karwei maar het lukt. Daarna hout zoeken voor een vuurtje en eten maken en lekker eten. En dan is het tijd om te gaan slapen. In onze slaapzak in de buitenlucht. Spannend. En koud. En muggen. We slapen niet al te best, maar het is wel erg gaaf! En het heeft niet geregend, terwijl de voorspelling al tijden erg slecht waren voor deze nacht.

’s Ochtends warmen we ons in de opkomende zon. En maken we een vuurtje. Na het ontbijt gaan we op pad om water te halen en takken te zoeken voor een wandelstok en een pijl en boog, en steentjes voor de katapult. Onderweg zien we afdrukken van een eland en nagelkrassen van een beer op een boom. Na de lunch spelen we met de katapult en pijl en boog en dan is het tijd om af te breken. We lopen met Dick mee naar zijn huis, verderop op de berg. Het is een stevige wandeling en aan het einde begint het een beetje te spetteren. Onderweg zien we nog de pootafdruk van een wolf. Bij Dick drinken we wat en dan brengt hij ons terug naar The Greenhouse in Sunnemo. Wat een avontuur! En als we veilig in The Greenhouse zitten, gaat het spetteren over in een stevige regenbui. Maar dat geeft niet.

Woensdag 30 juli doen we het rustig aan. Het is gelukkig weer droog en we bekijken de omgeving. We rijden naar Hagfors en stappen ’s middags op de trein, of eigenlijk een fiets op een verlaten treinrails. Leuk! We fietsen naar Uddeholm, eten een broodje en fietsen weer terug. Dat kan overigens alleen op vaste tijden omdat het een enkelspoor betreft. Verder doen we niet veel en dat voelt ook af en toe wel goed.

NAAR BOVEN

Lofsdalen; slapen tussen de beren

Het is donderdag 31 juli. Na het ontbijt pakken we in en rond 9:00 uur gaan we op pad. Via de Lidll in Hagfors rijden we naar Ekshärad en daarna maken we een korte tussenstop bij Patrick en Peggy van camping Djupdalen waar we vorig jaar een week hebben gestaan, voor een kopje thee. Ze vinden het leuk dat we even langskomen om hoi te zeggen, en wij ook. Daarna rijden we verder. Via de 62 naar het noorden en bij Stöllet slaan we af naar het noordoosten op de E16 naar Malung. Daarna weer naar het noorden op de 66. Bij Sälen lunchen we en daarna rijden we verder over de 311, bij Särna nemen we de 70 en even verderop verlaten we de 70 weer en gaan we weer verder over de 311. De weg kronkelt door de bergen, met talloze meertjes, beekjes, heel veel bossen maar ook open stukken. Schitterend! Bij Sörvattnet slaan we af naar het oosten en een half uurtje laten rijden we Lofsdalen binnen. Het is dan 16:30 uur. We halen de sleutel bij de VVV en horen daar dat onze sauna kapot is. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Het huis is ruim en mooi maar wat gedateerd. En behalve de sauna blijkt er wel meer niet in orde: de wc spoelt niet door, het is vies, en een aantal lampen werken niet. De VVV is ondertussen gesloten en met enige fantasie vertalen we de informatie die we hebben en bellen we met wat de eigenaar blijkt te zijn. Toevallig is hij heel dicht in de buurt en een paar minuten later staat hij voor de deur. Hij fikst de wc en sauna; niet echt gemaakt maar het werkt wel weer. Min of meer. Goed, dat hebben we ook weer gehad. We gaan lekker eten, douchen en naar bed.

De volgende morgen, vrijdag 1 augustus, rijden we eerst langs de VVV met ons klachtenlijstje. En daarna gaan we naar Sonfjället national park, de reden dat we naar Lofsdalen zijn gekomen. We rijden naar het oosten. In Linsell tanken we en draaien we naar het noorden. Over de 84 rijden we richting Hede. Bij de VVV in Hede halen we informatie. We rijden een klein stukje terug naar Hedeviken en draaien dan naar het zuiden en kronkelen en hobbelen 14 km naar Nyvallen. Onderweg zien we een rendier over de weg lopen. Gaaf! Om 11:30 uur komen we aan in Nyvallen. De zon staat stralend aan de hemel, met een klein fris windje. We doen de wandelschoenen aan, tas op de rug en gaan op pad. We maken een niet al te lange wandeling naar Lillfjället. Het is een stevige klim maar het uitzicht is adembenemend. Boven spelen de jongens een tijdje met de rotsen en loop ik nog even verder naar de volgende top. Niet helemaal naar Högfjället, dat is te ver. De klim is erg steil en lastig maar het uitzicht vergoedt veel! Dan weer terug en ik kom precies tegelijk met Mandy en de jongens aan bij de auto om ongeveer 15:30 uur. We drinken wat en rijden dan via de west- en zuidkant van Sonfjället, via Skärsjövålen en Rånddalen terug naar Hede en naar ons huisje in Lofsdalen. We eten lekker spinaziepasta; dat gaat er wel in na zo’n vermoeiende dag. Vermoeiend maar geweldig mooi!

De volgende dag, zaterdag 2 augustus, hangt er wat bewolking. We doen vandaag rustig aan. We rijden via Hovärksvägen naar de panoramaparkeerplaats in Lofsdalen en lopen richting Mt. Hovärken. Hoezo rustig aan? Het is weer een stevige klim! Boven hebben we, ondanks de bewolking een mooi uitzicht op Lofsdalen en het meer. We eten een koekje en drinken wat en lopen dan via het mountainbikepad weer naar de auto. De bewolking wordt steeds donkerder en als we er bijna zijn begint het te regenen. Via de Ica rijden we naar huis en lunchen we. Daarna rijden we een rondje en als het weer droog is, spelen we een tijdje bij de speeltijd bij het meer. ’s Avonds eten we pyttipanna. Lekker!

Zondag huren we een kano. Het is schitterend weer, zon, lekker warm en weinig wind. We peddelen over het meer naar het oosten. Lucas vindt het schommelen van de kano maar niets, en we blijven dicht bij de kant. Na zo’n 2 uur komen we aan bij een vuurplaats die we gisteren hebben gevonden. Hier zoeken we takken en takjes en maken we een vuurtje. Dat valt nog niet mee, het lijkt zo simpel als Dick het doet! Maar uiteindelijk hebben we een vuurtje en braden we onze worstjes. Daarna zwemmen we in het meer. Best fris. Onze zwembroek en handdoek drogen we een tijdje boven het vuur en dan stappen we weer in en peddelen we terug naar Lofsdalen waar we rond 17:00 uur aankomen. Thuis lekker onder de douche en eten. En dan slapen. Weer een gave dag en hebben we geluk met het weer!

Maandag pakken we in, maken we schoon en checken we uit. Om 11:00 uur stipt leveren we onze sleutel in bij de VVV in Lofsdalen. Het giet van de regen. Op aanraden van de VVV rijden we naar Tännäs, via een mooie route, waar we lekker kunnen lunchen. De route is inderdaad mooi en we zien heel wat rendieren. Helaas is het restaurant volledig gereserveerd. Iets buiten Tännäs vinden we een andere plek om te lunchen. Vervolgens rijden we de anderhalf uur weer terug. In het hotel bij ons park gaan we bowlen en dan maken we ons op voor weer een avontuur: beren! Helaas start de auto niet! Met wat hulp krijgen we h’m aan de praat en gaan we op pad. We rijden een half uurtje over onverharde paadjes en lopen daarna nog tien minuutjes en dan zitten we in een hut midden in het bos: Lofsdalen bear den. En nu wachten… We eten een sandwich en drinken een kopje thee… en dan zien we een beer, en nog een en later nog een paar. Vier in totaal, en ook twee keer een vos. Dan is het rond 23:00 uur en te donker en gaan we slapen. Te gek!

NAAR BOVEN

Ljusnedal

De volgende dag, 5 augustus, zijn we vroeg wakker. We pakken de spullen bij elkaar en lopen naar de auto. Gelukkig start de auto en we rijden terug naar Lofsdalen. Hier laden we de accu met behulp van de oplader van de gids. Ondertussen doen we een boodschapje en doden we de tijd totdat de accu voldoende is opgeladen. En dan op weg naar Ljusnedal. We rijden naar het westen richting Sörvattnet en draaien dan naar het noorden de 311 op. Een schitterende route, die we gisteren ook reden maar nu schijnt de zon en ziet alles er nog mooier uit. We zien weer heel veel rendieren. We lunchen nu wel in Tännäsgården in Tännäs en het smaakt inderdaad heerlijk. Daarna rijden we door naar Ljusnedal over de 84. Bij de receptie worden enthousiast ontvangen en krijgen we meteen heel veel informatie. Als we daarna willen doorrijden naar ons huisje, start de auto helaas weer niet. Met behulp van startkabels krijgen we h’m weer aan de praat. We rijden naar het huisje, laten de motor aanstaan terwijl we uitpakken en rijden daarna naar de garage in Funäsdalen. Het duurt even, het kost ook wat, maar daarna hebben we een nieuwe accu en zijn we hopelijk van de problemen af. We doen een boodschapje en rijden naar ons huisje. Even rondkijken, spullen uitpakken, koken en dan eten. En daarna lekker douchen want dat was alweer even geleden.

Het weer ziet er aardig uit als we opstaan woensdag 6 augustus. We rijden via de receptie naar de bank om te pinnen en dan naar het noorden naar Mittådalen. Hier slaan we rechtsaf naar Messlingen en zien flink wat rendieren. Vlak na Messlingen slaan we linksaf, een privé-tolweg (40 kr) op naar Ruvallen. Hier parkeren we rond 11:30 uur. We lopen door het bos langzaam naar boven en lopen daarna boven de bomen door een prachtig landschap. Soms over rotsen, maar soms ook over planken omdat de grond nat is. We stijgen langzaam maar zeker, totdat we bij 4000-6000 jaar oude rotstekeningen komen, Hällmålningarna. Daarna lopen we verder omhoog naar de top, Ruändan, waar het fris is door de wind. We eten een broodje en lopen vervolgens weer naar beneden. Het pad gaat langs en door een kloof waar zelfs nog wat sneeuw ligt. Erg mooi. Vlak voordat we bij de auto aankomen begint het wat te regenen, maar gelukkig niet hard. Om 14:45 uur zitten we weer in de auto. We rijden terug naar Mittådalen en slaan dan rechtsaf, naar Flatruet, de hoogste openbare weg van Zweden op maximaal 975 m hoogte. Beschreven als een van de mooiste routes van Zweden. Op het hoogste punt staat een hele batterij campers op de parkeerplaats en wij stappen ook even uit. Leuk maar niet indrukwekkend, zeker niet als je het vergelijkt met de altiplano in Peru…. We rijden terug naar Funäsdalen, doen een boodschapje en gaan dan naar ons huisje. De jongens spelen even in de speeltuin met andere kindjes (“hé, we hebben jullie ook op de boot gezien”) en gaan dan lekker douchen, eten en naar bed.

De weersverwachting voor donderdag zien er slecht uit, maar als we opstaan, ziet het er best aardig uit buiten. We rijden naar Tänndalen. Hier lopen we een wandeling van twee en een halve kilometer door een bloemenweide met een hoop informatie over de diverse bloemen. Hoewel niet alles bloeit, ziet het er toch mooi uit. De jongens vermaken zich verder met dammen maken in de beek. Terug bij de auto rijden we een stukje verder naar de Anderssjöåfallet waterval waar we een broodje eten. Dan begint het te regenen en rijden we verder. We gaan de grens over naar Noorwegen en bij Brekka slaan we af naar het noorden, de 705 op. Een mooie weg waar we eindeloos veel rendieren zien. We rijden over een flink plateau en dalen later weer af naar Stugudalen. Hier draaien we om en rijden we weer terug. We krijgen een hoosbui op het dak, maar we zitten binnen en blijven dus lekker droog. Op de terugreis komen we weer langs Anderssjöåfallet en dit keer lopen we de trappen omhoog om de waterval ook van bovenaf te bekijken. Rond 16:00 uur zijn we weer thuis en spelen de jongens nog even lekker thuis. Dan frissen we ons op en gaan we uit eten in het restaurant in Ljusnedal. Hoewel eigenlijk gesloten kunnen we met de hotelgasten mee-eten: steengrillen met entrecote en rendierenbiefstuk. Heerlijk!!

Na een goede nacht staan we redelijk op tijd op. De zon schijnt en na het ontbijt en andere ochtendrituelen rijden we naar Tännäs. Vlak daarna draaien we de Myskelåsvägen op, een onverharde weg van zo’n 25 km richting Käringsjön aan de rand van het Rogen natuurreservaat, onderdeel van een veel groter natuurgebied Gränslandet. Rond 9:30 uur komen we hier aan en huren we een kano. We peddelen het meer op. Met moeite want we hebben wind en golven tegen en we lopen een paar keer vast in de modder en op grote stenen. Iets verderop varen we in de luwte en voelt het heerlijk. Aan het einde van het meer moeten we de kano uit het water tillen en dragen naar het volgende meertje. Best zwaar! We peddelen verder en herhalen dit geintje nog een keer. Na zo’n twee uur komen we weer bij het einde van een meertje. We hebben dan pas een kwart van het voorgenomen rondje gevaren en bovendien moeten we de kano nu een heel eind tillen. Dat gaat dus niet lukken en we besluiten om hier te lunchen en te genieten van de stilte. We zien een rendier vlak langs lopen. Na een uurtje stappen we weer in de kano en varen we rustig aan terug. Rond 15:30 uur ploeteren we weer door de bagger vlak bij Käringsjön en leggen we aan. We hebben maar een heel klein stukje gezien van Rogen, en zijn eigenlijk niet eens op het grote meer van Rogen geweest, maar wat is dit mooi! Een kanotocht van een paar dagen, tentje op een eilandje, onthouden we voor de toekomst. Met heel wat foto-tussenstops rijden we de 25 km terug naar de grote weg. Via de Ica rijden we naar huis waar we nog even een spelletje doen, spelen, eten en dan lekker gaan slapen.

De weersverwachtingen voor 9 augustus zien er niet goed uit, maar als we opstaan lijkt het mee te vallen. We gaan als we klaar zijn naar Ramundberget, een half uurtje rijden. We willen met de stoeltjeslift omhoog maar kunnen geen kaartje kopen omdat de stroom in het hotel waar we een kaartje moeten kopen, Ramundberget Fjällgård, net is uitgevallen. Geen probleem, we mogen toch omhoog en de stoeltjeslift heeft wel stroom. Er staat een frisse wind zeker in de lift en bovenop de berg. Jas aan dus. We lopen naar beneden en stuiten al snel op een soort hut, restaurant Tusen. Vandaag gesloten, maar er zit wel iemand van het plaatselijke animatieteam, en zij knutselt met Daniel een soort lokaal boter-kaas-en-eieren-spel in elkaar, wat we natuurlijk ook nog een paar keer spelen. Daarna lopen we verder omlaag. We komen houten beelden van dieren tegen, allerlei huisjes zoals ze vroeger werden gebruikt in de bergen en steken de beek een aantal keren over, waarvan één keer via een stoel aan een touw. Rond 12:00 uur zijn we weer beneden. Het begint net te spetteren, dus gaan we op zoek naar een restaurant voor de lunch. In het hotel doet de stroom het nog steeds niet, maar wel in het restaurant waar we lekker lunchen. Helaas blijken door de stroomuitval de binnenspeeltuin en het binnenzwembad van het hotel ook in duisternis gehuld te zijn en dus niet beschikbaar. We rijden daarom maar terug naar Funäsdalen waar we de lokale markt bezoeken en daarna naar Ljusnedal waar we bij Storhagen konijntjes en schapen voeren en aaien. Daarna rijden we naar ons huisje waar we nog even een spelletje doen en een filmpje kijken. Ondertussen is het weer droog, en viel het reuze mee met het slechte weer. Onze laatste dag in dit gebied zit er alweer op. Er is hier nog zoveel te zien en te doen… Morgen naar Idrefjäll.

NAAR BOVEN

Idre Fjäll, terug naar huis

Op 10 augustus gaan we naar onze laatste locatie. We ruimen ons huisje in Ljusnedal op en pakken in en gaan op pad. Eerste stop is de meteorietkrater vlak bij Fanäsdalen. In een paar minuten wandelen we hierheen en zien we een gat in de grond van een paar meter diep met een doorsnede van 40 meter. Daarna rijden we verder naar Tännäs en dan via de 311 naar het zuiden. Bij de afslag naar lofsdalen draaien we van de 311 af naar het westen over een binnendoorweg. We zoeken een vuurplaats en het duurt een hele tijd voordat we een goede plek vinden. En daarna hebben we moeite om een vuurtje te maken en vooral aan te houden, maar als dat uiteindelijk lukt, maken we worstjes. Lekker! Daarna rijden we verder, via Foskros. Onderweg komen we langs een mooie waterval. Om ongeveer 15:00 uur komen we in in Idrefjäll, een enorm vakantiepark met alle toetsers en bellen. We checken in en pakken de auto uit bij ons huisje. Dat ziet er ruim en goed uit. We kijken even rond op het park en zien erg veel gele nummerborden. ’s Avonds eten we in het restaurant, maar het bbq-buffet valt behoorlijk tegen. We rommelen nog wat in huis en gaan lekker slapen.

Volgens de voorspellingen is vrijdag de mooiste dag van de week. We gaan vanmiddag naar het meer om te zwemmen, maar eerst gaan we wandelen. We rijden naar Nipfjallet, een makkelijk te beklimmen top. De weg naar Nipfjallet heet Trollvägen. Op een aangegeven plaats moet je de auto in vrij zetten, lijkt het alsof de auto bergop rijdt, wat natuurlijk niet zo is. Het lijkt alsof de weg omhoog gaat, maar hij gaat eigenlijk naar beneden. Zelf zag ik het de heenreis overigens niet zo; terug ziet het er overtuigender uit. Hoe dan ook, vlak daarna komen we op de parkeerplaats. Het startpunt van onze wandeling kunnen we niet vinden. Wel allemaal andere bordjes maar geen “Nipfjallet” en ook Städjan, de andere bergtop die ten zuiden van de parkeerplaats ligt, zien we wel heel duidelijk liggen. We besluiten het pad en de trappen omhoog te nemen pal naar het noorden vanaf de parkeerplaats. Al snel bereiken we de top, maar of dit Nipfjallet is, is ons niet duidelijk. Een stuk verderop zien we een andere, iets hogere top liggen. Na eindeloos klimmen en klauteren over grote rotsblokken komen we daar aan. De jongens zijn kapot. Vanaf dit punt, waar we bij een soort monument diverse andere mensen treffen, ligt ook geen duidelijk pad naar beneden. Dus weer zoeken we onze weg over de rotsblokken en langzaam maar zeker dalen we af, totdat we in de vallei een goed pad hebben bereikt. Terug bij de auto drinken we wat en daarna rijden we, met een korte tweede test bij Trollvägen, naar Burusjon, een meer met zandstrandjes. Hier eten we een broodje, maar helaas zit er wat bewolking voor de zon en waait het stevig, waardoor het veel te koud is om te zwemmen. We gaan terug naar ons huisje waar ik met de jongens nog even in het verwarmde zwembad ga zwemmen. We houden het goed een half uur vol en duiken dan thuis even in de sauna en onder de douche om op te warmen. Daarna kijken we nog even bij de kinderboerderij waar eigenlijk niets te zien is en spelen de jongens bij de speeltuin. We zien daar wel heel dichtbij een eekhoorn. En dan is het alweer tijd om te eten en slapen.

Vandaag gaan we naar Fulefjället nationaal park. De zon schijnt maar het is wel fris. Via de Ica in Idre rijden we over de 70 naar het westen en na een kilometer op twaalf slaan we af naar het zuiden. Over een mooie, onverharde weg rijden we naar Mörkret en daarna naar het westen nog een paar kilometer naar het Naturum, het informatiecentrum van het nationale park, waar we rond 10:30 uur aankomen. We lopen vandaag naar de Njupeskär waterval, de hoogste waterval van Zweden met zo’n 125 meter. En een van de meest populaire dagtripjes, want wat is het druk. Terecht overigens, want de waterval is schitterend en erg goed te bereiken. Net na de waterval eten we een broodje en rond 14:00 uur lopen we het parkeerterrein weer op. Via een andere, eveneens onverharde en erg mooie route, rijden we weer terug naar ons huisje waar we om 16:30 uur aankomen. Omdat de lucht er dreigend uitziet, gaan we niet midgetgolfen, maar doen we een spelletje en lezen we een boek.

Als we zondags wakker worden is het buiten 4°C. Brrr. Toch staan we om 9:30 uur op de midgetgolfbaan. Na een goede twee uur hebben we alle banen uitgebreid bespeeld en lopen we naar het wafelrestaurant op het park. Dat zou open moeten zijn, maar is stiekem toch gesloten. Dan eten we thuis maar een broodje en daarna stappen we in de auto voor nog een bezoek aan Fulufjället. Vanaf het parkeerterrein lopen we westwaarts. We lopen zo’n 3,5 km, met een flinke klim in het midden, naar Rösjöstugorna. Een hut op het plateau tussen twee meertjes. Schitterend! Bij de hut eten we een koekje en drinken we een paar slokken en rusten we even uit. Ondertussen hangt er een dreigende donkere lucht, maar het blijft droog als we teruglopen naar de auto, waar we rond 17:30 uur aankomen. We rijden naar Särna zo’n 25 km naar het oosten. Bij de lokale pizzeria eten we wat en het smaakt verrassend goed! Daarna, rond 19:00 uur gaan we met een flinke omweg terug naar ons huisje. Door ’s avonds te rijden, hopen we een eland te zien en al vrij snel zien we een moeder-eland met twee kleintjes! Het vervolg van de route is mooi, en we zien nog twee vossen oversteken maar geen elanden meer. We komen om 21:30 uur thuis, bedtijd!

Op onze laatste dag hebben we geen grote plannen. We rijden ’s ochtends richting Grövelsjön wat ook een mooi gebied schijnt te zijn, maar wat we niet hebben kunnen verkennen wegens gebrek aan tijd. We zien een eland met een kleintje oversteken lang voordat we in Grövelsjön aankomen en dat lijkt een teken om om te draaien. Rond 12:00 uur parkeren we de auto weer in Idrefjäll en bij onze tweede poging blijkt het wafelrestaurant wél open te zijn. We eten heerlijke wafels, in het zonnetje. Daarna spelen de jongens wat in de speeltuin en dan is het tijd voor het betere klim- en klauterwerk. In het park is namelijk een “high rope parcour”. En een medium high parcours. We hebben beide mannen ingeschreven voor het medium high parcour, een rondje met zo’n 8 hindernissen op anderhalve meter boven de grond. Prima voor Daniel, maar Lucas vindt dat maar niets. Hij wil het grote, en hoge parcours met een stuk over 10 hindernissen op een meter of zes boven de grond. En papa moet mee. Het is hoog, soms lastig en Lucas vindt het ook wel eng maar we overwinnen alle hindernissen en eindigen met een gave tokkelbaan. Terug in het huisje pakken we in, want morgen gaan we weer naar huis. Aan het einde van de middag vinden langs de doorgaande weg 70 aan het meer Österdalälven en mooie vuurplek. We maken een vuurtje en dat lukt uitzonderlijk goed deze keer, en braden onze worstjes, een restantje zalm en een restantje pizza. Daarna rijden we nog één rondje en zien, ver in het bos, nog een eland en dan is het echt afgelopen.

Dinsdag 15 augustus pakken we ’s ochtends vroeg de auto in en rond 7:45 uur rijden we weg, op naar huis. De rit verloopt voorspoedig, zonder noemenswaardig oponthoud en al rond 15:30 uur komen we aan in de haven van Götenborg, en bijna meteen kunnen we de boot op. We kijken op het dek, reserveren voor het eten en maken gebruik van de wifi. Daarna eten we, kijken we op het dek als de boot vertrekt en doen we nog een spelletje, en dan is het slaaptijd. Onze hut ligt vrij ver naar achteren en we hebben aardig last van het gedreun van de motoren en de zee is iets minder rustig dan op de heenreis, dus we slapen minder goed. Rond 9:45 uur meren we aan in Kiel. We worstelen door de drukte in Kiel en knallen dan de Duitse Autobahn op. Ondanks een aantal flinke Baustellen rond Hamburg hebben we weinig vertraging. In de buurt Bremen loopt het vast en ons navigatiesysteem leidt ons om. We kunnen extra genieten van de omgeving omdat we een hele tijd achter een tractor zitten; wellicht was de file toch sneller geweest. Hoe dan ook, de rest van de rit loopt soepel en rond 16:30 uur zijn we weer thuis. Ruim drie weken vakantie, geen dag stilgezeten, ongelooflijk veel gezien, prima weer (ondanks de voorspellingen), een topvakantie dus!

NAAR BOVEN